Resultaten 2-meting

In het programma Meedoen hebben negen sportbonden en elf gemeenten projecten opgestart om de achterstand in de sportdeelname van allochtone jeugd in te lopen. De bonden streven naar een substantiële groei van het aantal jeugdleden en verandering van de ledensamenstelling ten gunste van allochtone jeugd.

In samenwerking met de Meedoen-bonden verzamelt en analyseert het Mulier Instituut gegevens over de ontwikkelingen in de ledentallen bij de 500 betrokken verenigingen. De bonden stellen periodiek overzichten samen van ledenbestanden van de Meedoen-clubs naar leeftijd, sekse en etniciteit.

Bij de start van het programma was afgesproken dat de bonden 500 clubs zouden vinden die bij het programma betrokken willen zijn. In die doelstelling zijn de bonden geslaagd. Bij de 2-meting zijn er 539 Meedoen-clubs betrokken bij het programma.

De Meedoen-clubs hebben over de gehele monitorperiode een ledengroei van ruim 23 procent gerealiseerd. Er zijn 20.293 extra leden bijgekomen over een periode van twee jaar. De groei van het aantal leden is in de eerste periode tussen de 0- en 1-meting wat hoger geweest dan in de tweede periode tussen de 1- en 2-meting (respectievelijk +11.904 en +8.389).

Het aantal (niet-) westerse allochtone leden is daarbij – over de gehele periode - sterker toegenomen dan het aantal autochtone leden (respectievelijk + 42% en + 15%). Hierdoor is de verhouding in de ledensamenstelling van de Meedoen clubs veranderd ten gunste van allochtone jeugd. Achterstanden in de sportdeelname worden ingelopen, sportclubs in de Meedoen-gemeenten vormen steeds meer een afspiegeling van de bevolking in de betreffende gemeenten. Waar de bevolking tot 25 jaar in de Meedoen gemeenten voor bijna de helft bestaat uit westerse en niet-westerse allochtonen, is de vertegenwoordiging in de Meedoen clubs gestegen van 27 naar 31 procent.

Vooral de deelname van allochtone meisjes bij aanvang van het programma Meedoen was laag. Het programma Meedoen is er op gericht om met name allochtone meisjes te betrekken in de georganiseerde sport. Hierin zijn de clubs eveneens geslaagd. Het aantal niet-westerse allochtone meisjes is in de Meedoen periode bijna verdubbeld (+ 91 procent). De groei onder autochtone meisjes is 14 procent (en +34 procent bij de niet-westerse allochtone jongens). Ondanks deze sterke groei is de achterstand in de sportdeelname onder allochtone meisjes nog steeds groter dan onder allochtone jongens. Onder mannelijke jeugdleden van de clubs is een derde allochtoon, onder vrouwelijke leden een kwart.

Inmiddels is het Mulier Instituut gestart met een verdiepende evaluatiestudie waarbij vragenlijsten naar alle deelnemende clubs zijn verstuurd. Bij twintig clubs worden tevens interviews afgenomen. De volgende kwantitatieve meting staat voor het najaar van 2010 gepland.

Meer info: Remco Hoekman via r.hoekman@mulierinstituut.nl

Het gehele rapport van de 2-meting is te downloaden op de website www.meedoenallejeugddoorsport.nl